(vervolg op het blogbericht: Crisis in Nicaragua – april 2018)

In Nicaragua verzamelen grote groepen mensen zich dinsdag 24 april 2018 richting de demonstratie van de COSEP. Het kan alle kanten op. Wordt ook deze demonstratie met veel grof geweld door de regeringstroepen neergeslagen? Zoals in Venezuela, waarmee Ortega veel contact heeft? Blijft het beperkt, als slechts een signaal aan Ortega? Of is het de aanzet tot een nieuwe revolutie, om hem weg te krijgen?  Het oude elan van veel Sandinistas laait weer op. Er is opstand! Er heerst grote afschuw in grote delen van de bevolking! Nu ook de ondernemers zich nu tegen Ortega keren, wordt dit een keerpunt? Zoals ook in 1979 vele groepen in de maatschappij zich verenigden waardoor dictator Somoza uiteindelijk op de vlucht sloeg? Toen echter was er een georganiseerde, militair goed voorbereide strijd tegen de regering. Nu is er sprake van spontane demonstraties van studenten en anderen die ongewapend zijn.

Ik houd mijn hart vast maar de COSEP demonstratie verloopt rustig. De politie of het leger is naar verluid in geen velden of wegen te bekennen, ook de dagen erna niet. Daags erna gaan de winkels  weer open. Het leven herneemt langzamerhand zijn gewone gang van zaken. In de berichten die ik ontvang, proef ik ook desillusie. COSEP heeft weliswaar tot deze demonstratie opgeroepen tegen het geweld en omdat zij niet werden gehoord toen de maatregelen tegen de sociale voorzieningen werden genomen, maar zij vragen niet noodzakelijkerwijs om het vertrek van deze regering. Deze grote, maar vredige demonstratie, is daarvan het resultaat. Voor sommigen is daarmee ook de hoop verdwenen dat de regering ten val wordt gebracht. Ik merk in berichten op dat de  hoop leefde dat leger en politie de kant van de demonstranten zouden kiezen en de opstand zich zou uitbreiden. Soms was dit ook daadwerkelijk het geval, dat de politie de studenten en demonstranten beschermden. Er werd gesproken van een splitsing binnen de politie. Maar van dat al wordt niets meer gehoord. De dagen erop zijn er nog wel demonstraties vanuit verschillende punten in de stad maar zonder dat die nog veel teweegbrengen.
De spanning lijkt gebroken. Ik hoor over hoe uitgeput mensen zijn en lichamelijke klachten hun aandacht vragen. Winkels gaan weer open. Onzekerheid komt op. Want wat is waar? Het ligt allemaal niet heel eenvoudig. De leegroof van de supermarkten, was het vooropgezet door de regering, of niet? De filmpjes die rondgaan waarin te zien is dat dit gebeurt zelfs met medewerking van de politie, zijn ze voorgeprogrammeerd of niet? De Upoli studenten, zijn ze geïnfiltreerd door de UNEN of niet? De UNEN is de algemene studentenvereniging die de regering steunt.
Wat volgt is een kater. En de rouw. Deze dagen zijn een opeenvolging van een mix van vele gevoelens. De eerste dagen overheerste het enthousiasme, de gemeenschappelijkheid en de verbondenheid. Er is hoop op verandering. Toen kwam de angst, de afkeer en de verontwaardiging over het geweld waarmee de demonstranten werden geconfronteerd. En nu is er rouw. En onzekerheid en gelatenheid. Is alles voor niets geweest? Gaan we teug naar AF? Toch lijkt de opstand van deze dagen een keerpunt te zijn, onder meer voor de groep die ik noem ‘gedoogsandinisten’. Ze waren tot nu toe Sandinista, al waren ze al vele jaren niet altijd blij met Ortega, maar een alternatief was er niet. Hun loyaliteit aan het Sandinisme bleef echter bestaan, ondanks alles. Velen hebben hun wortels in de Sandinista tijd, zijn opgegroeid in de Juventud Sandinista, kregen al op jonge leeftijd verantwoordelijkheden in de CDS of in andere organisaties. En nu keren Ortega en de Juventud Sandinista zich tegen zijn eigen ‘zonen en dochters’! Laat hij zijn gewapende krachten schoten afvuren op de zonen en dochters van zijn generatie loyale Sandinistas! Men is in shock. Het voelt als verraad.

En nu, hoe nu verder…? Ortega en Murillo roepen op tot een dialoog. De bisschoppelijke conferentie biedt aan om intermediair te zijn en als getuige in de dialoog te willen optreden. Wie daaraan zou moeten deelnemen is totaal onduidelijk. Veel broeit er. Er is cynisme alom. Hoezo dialoog, na alles wat er is gebeurd? Wie gaan daar dan om de tafel zitten?

Eva meldt dat er in het lijkenhuis van een ziekenhuis in Managua 9 lijken liggen en in het andere 11, maar er zijn vele andere, ook in het land. Na de eerste lijst van 11 doden met naam en toenaam, is de dagen erop al snel sprake van 25, 30 of zelfs 40 doden. Veel vermisten duiken op en worden alsnog in lijkenhuizen aangetroffen. Flor ziet op vrijdag 27 april berichten van het CPDH (Comision Permanente de Derechos Humanos) dat er 61, nee 63 doden zouden zijn. 150 of 200 vooral jongeren zijn gevangen genomen, maar velen hiervan inmiddels vrijgelaten. Vooral minderjarigen zouden ’s nachts heimelijk zijn vrijgelaten uit de gevangenissen.

Te midden van de chaos, verontwaardiging en woede zijn ook enkele opmerkelijk positieve berichten te vinden. Zo gaat er een filmpje rond waarin mensen geroofde spullen van de supermarkt terugbrengen. In de wijken kwamen mensen bijeen om winkels te beschermen tegen leegroof. Zij zijn de geroofde spullen gaan ophalen en terug gaan brengen naar de supermarkten. Er zijn berichten dat mensen daar waar de namaakbomen zijn omvergehaald, nu echte bomen planten. Er zijn groepen die spontaan de rommel opruimten rondom de Upoli en die begonnen de beschadigde gebouwen te repareren.

Ook een ander opmerkelijk fenomeen doet zich voor. Twee nieuwe sociale bewegingen ontstaan deze dagen en doen van zich spreken. Woensdag was er een persconferentie van de ‘Movimiento 19 de Abril’ die op film wordt vastgelegd en wordt gedeeld. Zij brengen hun eisen naar voren, waaronder dat minimaal de mensenrechten geëerbiedigd zullen worden. De beweging bestaat uit studenten van verschillende universiteiten.
Ook is er sprake van de ‘Movimiento de los Autoconvocados’, een beweging uit ‘el pueblo’, het volk, een burgerbeweging van onderop. Deze groepering kwam begin april bijeen rondom de brand in het natuurreservaat IndioMaíz. Deze spontane groep Autoconvodados kregen veel bijval van de bevolking en groeide in korte tijd uit tot een frisse kritische wind. Deze autoconvocados roept associaties bij me op met de ‘Commons’, de sociale beweging van onderop die in de VS, Canada en elders opgang maakt. Zijn dit nieuwe inspirerende bewegingen van onderop, die kunnen uitgroeien tot nieuwe basisbewegingen? Kan door deze heftige situatie langzamerhand nieuwe sociale bewegingen ontstaan, die de passiviteit van jaren onderdrukking van het Frente doorbreekt?

Op 25 april meldt 100%noticias, het Nicaraguaanse nieuwskanaal, dat de Europese Gemeenschap de OEA (Organizacion de Estados Americanos) zou hebben verzocht om onderzoek te doen naar het geweld van de regering Ortega. Volgens hetzelfde internetkanaal eist de politie van families van wie een kind is omgekomen, om een document te ondertekenen dat ze geen aangifte zullen doen tegen de dood van hun jongere. Aan de andere kant is er de eis dat de aanklacht tegen delicten die begaan zijn door studenten en docenten van de UNI zullen vervallen. Kortom, oude tegenstellingen herleven. Kan in deze omstandigheden de dialoog die is aangekondigd ergens toe leiden? Of wordt het de hond in de pot die alle hoop dooft? Valt men terug in oude haat en verwijt?

De crisis kan ook een keerpunt zijn. Met nieuwe initiatieven, zoals de ‘Movimiento 19 de Abril’ en de ‘Movimiento de los Autoconvocados’ die zich kunnen uitbreiden. De komende tijd zal laten zien of de spontane initiatieven in de wijken en onder nieuwe groeperingen incidenteel waren of dat ze de basis kunnen zijn voor hernieuwd enthousiasme en groei. Die de vastgeroeste tegenstellingen kunnen doorbreken en weer het gevoel van verbondenheid, inspiratie en enthousiasme kunnen bewerkstelligen? Zullen er uit deze kleinschalige bewegingen nieuwe, betrokken leiders tevoorschijn komen? Initiatiefnemers, van onderop, uit en in contact met de basis, die zo worden gemist?

   * Drs. Sylvia I. Saakes. Politicoloog (UvA). Werkzaam in Nicaragua van 1987 t/m 1993 voor Ministerie van Buitenlandse Zaken, Novib, SNV en stedenband als deskundige ontwikkelingssamenwerking en genderonderzoek. Schrijfster van drie Spaanstalige boeken, waarvan twee met co-auteurs (‘La Mujer Nicaraguense en los anos 80’, ‘Mujeres en tiempo de guerra’ en ‘La investigación como medio para el empoderamiento de las mujeres’).*